Tussen twee werelden
Citaat van Mar op februari 3, 2025, 6:09 pmIk ben geadopteerd.
Niet dat ik dat vergeet want mijn spiegelbeeld herinnert me er dagelijks aan.
Mijn familie: blond, blauwe ogen.
Ik: donker haar, bruine ogen, een huid die in de zomer moeiteloos een paar tinten donkerder kleurt.
Toen ik vijf was, dacht ik nog dat ik een prinses was.
Een verloren koningskind uit een ver land, per ongeluk verwisseld bij de geboorte.
“Nee hoor. Jij bent heel bewust gekozen.” Zei mijn adoptiemoeder.
Maar als kind vond ik dat een rare manier om naar adoptie te kijken.
Gekozen?
Dat klonk alsof ik in een winkelwagentje was gelegd, tussen de melk en de eieren.
“Doe mij die maar,” en hop, daar ging ik mee naar huis.
En daar was ‘ie. Dat moment dat mensen zich realiseerden:
“Oh, je bent geadopteerd.”
Sommigen keken me dan ineens aan alsof ik een zielig kitten was terwijl ik prima in elkaar zat.
Anderen vonden het ‘interessant’ en vroegen of ik mijn ‘echte’ ouders kende.
Echte ouders?
Alsof de mensen die mij opvoedden slechts figuranten waren in mijn levensverhaal.
Toch ergens diep vanbinnen was er altijd die vraag:
- Wie ben ik?
- Waar hoor ik?
Maar ik leek niet op mijn adoptieouders.
Mijn lach was anders zelfs mijn manier van lopen was anders.
Op een dag besloot ik mijn afkomst serieus te onderzoeken.
En toen kwam het besef: ik had een andere familie.
Mensen die leken op mij.
- Maar wilden ze me kennen?
Inmiddels heb ik vrede met mijn dubbele achtergrond.
Ik ben zowel het kind dat gekozen werd als het kind dat werd afgestaan.
Ik kan vloeken op de identiteitscrisis, maar ik kan er ook om lachen.
De weg naar balans in beide werelden is zwaar en moeilijk geweest.
Want uiteindelijk ben ik gewoon… ik.
Niet alleen van hier, niet alleen van daar, maar van beide werelden.
En dat is eigenlijk best bijzonder.
Ik ben geadopteerd.
Niet dat ik dat vergeet want mijn spiegelbeeld herinnert me er dagelijks aan.
Mijn familie: blond, blauwe ogen.
Ik: donker haar, bruine ogen, een huid die in de zomer moeiteloos een paar tinten donkerder kleurt.
Toen ik vijf was, dacht ik nog dat ik een prinses was.
Een verloren koningskind uit een ver land, per ongeluk verwisseld bij de geboorte.
“Nee hoor. Jij bent heel bewust gekozen.” Zei mijn adoptiemoeder.
Maar als kind vond ik dat een rare manier om naar adoptie te kijken.
Gekozen?
Dat klonk alsof ik in een winkelwagentje was gelegd, tussen de melk en de eieren.
“Doe mij die maar,” en hop, daar ging ik mee naar huis.
En daar was ‘ie. Dat moment dat mensen zich realiseerden:
“Oh, je bent geadopteerd.”
Sommigen keken me dan ineens aan alsof ik een zielig kitten was terwijl ik prima in elkaar zat.
Anderen vonden het ‘interessant’ en vroegen of ik mijn ‘echte’ ouders kende.
Echte ouders?
Alsof de mensen die mij opvoedden slechts figuranten waren in mijn levensverhaal.
Toch ergens diep vanbinnen was er altijd die vraag:
- Wie ben ik?
- Waar hoor ik?
Maar ik leek niet op mijn adoptieouders.
Mijn lach was anders zelfs mijn manier van lopen was anders.
Op een dag besloot ik mijn afkomst serieus te onderzoeken.
En toen kwam het besef: ik had een andere familie.
Mensen die leken op mij.
- Maar wilden ze me kennen?
Inmiddels heb ik vrede met mijn dubbele achtergrond.
Ik ben zowel het kind dat gekozen werd als het kind dat werd afgestaan.
Ik kan vloeken op de identiteitscrisis, maar ik kan er ook om lachen.
De weg naar balans in beide werelden is zwaar en moeilijk geweest.
Want uiteindelijk ben ik gewoon… ik.
Niet alleen van hier, niet alleen van daar, maar van beide werelden.
En dat is eigenlijk best bijzonder.